Avondsmaalformulier Avondsmaalformulier

Eerste deel van het Avondmaalsformulier

Geliefde broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus,
In zijn Eerste brief aan de Korinthiërs schrijft de apostel Paulus over de instelling van het Heilig Avondmaal:
23 Ik heb van de Heere ontvangen, wat ik jullie ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, 24 en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor jullie gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. 25 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als jullie die drinken, tot Mijn gedachtenis. 26 Want zo dikwijls als je dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt. 27 Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. 28 Maar laat ieder zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. 29 Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt.

Om tot versterking van ons geloof en met zegen Avondmaal te kunnen vieren, moeten we onszelf dus op de juiste wijze beproeven. Bovendien moeten we het Avondmaal vieren tot gedachtenis van de Heere Jezus.
Bij oprechte zelfbeproeving komen drie dingen aan de orde.
Als eerste dit: Sta stil bij je zonden. Bedenk welke ellende er door de zonde over ons gekomen is. Dat zal je tot afkeer van je zonde brengen en tot verootmoediging voor God. Hoe groot de toorn van God tegen de zonde is, leren we juist door de dood van de Heere Jezus aan het kruis.
Daar droeg Hij de straf die ons de vrede brengt, zoals Jesaja het zegt.
Het tweede is dit: Onderzoek je hart.  Geloof je dat al je zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn?
Geloof je dat God zo naar je kijkt alsof je zelf, in eigen persoon, voor al je zonden betaald hebt en alle gerechtigheid volbracht?
En het derde: Onderzoek je geweten. Neem je echt voor om voortaan met je hele leven dank aan God de Heere te bewijzen.
Wandel oprecht voor Gods aangezicht. Leef voortaan in werkelijke liefde en eensgezindheid met je naaste. En geef alle vijandige gedachten, haat en afgunst op. Ze verteren je hart en je leven.
Als het zo is, wil God je zeker in genade aannemen en aan de tafel van Zijn Zoon Jezus Christus nodigen.
Als je echter geen ontzag voor God hebt en geen discipel van Jezus wilt zijn, is er geen plaats voor je aan de tafel van onze Heere Jezus Christus. Dan moet je je onthouden van brood en wijn, die Christus alleen voor Zijn gelovigen bestemd heeft. Anders eet en drink je jezelf een oordeel [1 Kor. 11: 28, 29]. Bekeer je van je dwaalwegen en kom tot Christus.

Als je dit allemaal hoort, dan zou de schrik je om het hart slaan.
Want als het zo is – wie kan er dan ooit aan het Avondmaal gaan?
Toch is dit alles niet bedoeld om ons te ontmoedigen maar om ons leven te beteren en ons dagelijks te bekeren.
Het Avondmaal is er immers niet voor zondelozen, maar voor zondaren. Wij gaan niet aan het Avondmaal omdat wij zo goed en rechtvaardig zijn, maar omdat God zo goed is. Daarom zoeken wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus. Zonder Hem zijn wij aan de dood en aan het verderf overgeleverd.

Kijkend naar onszelf komen we nog heel wat zonden en tekortkomingen in ons leven tegen. Ons geloof is vaak zo klein. We zijn niet zo ijverig in het dienen van God als we zouden willen. Dagelijks ondervinden we dat ons geloof zwak is; dagelijks moeten we strijden tegen onze verderfelijke begeerten.
En toch… Door de genade van de Heilige Geest doet al dat zondige en zwakke ons pijn en verdriet. We willen oprecht tegen ons ongeloof strijden en volgens al Gods geboden leven. Daarom kunnen al die zonden en tekortkomingen, die nog tegen onze wil in ons overgebleven zijn, de genade van God niet in de weg staan. Hij is het die ons in Zijn grote genade uitnodigt om het hemelse brood en de hemelse drank in het Avondmaal te ontvangen.
 

2e gedeelte van het Avondmaalsformulier

De Here Jezus vraagt ons om Avondmaal te vieren tot zijn gedachtenis [Lc. 22:19]. Wij denken daarbij aan het volgende:
God de Vader zond Zijn Zoon naar de wereld om de beloften uit het Oude Testament te vervullen. Hij is een mens geworden zoals wij.
Jezus was het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.
Hij heeft Gods wet volkomen vervuld. Hij is gehoorzaam geweest tot in de dood. In de hof van Gethsémané was Hij bereid om de beker van de toorn van God te drinken die voor ons bestemd was.
Voor Hem de boeien, voor ons de vrijheid.
Voor Hem de smaad, voor ons de eer.
Voor Hem het oordeel, voor ons de vrijspraak.
Voor Hem het kruis, voor ons de kroon.
Voor Hem de vloek, voor ons de zegen.
Voor Hem de hel, voor ons de hemel.
Voor Hem de dood, voor ons het leven.
Dat is Gods nieuwe genadeverbond met ons. Dat heeft Jezus volbracht aan het kruis.
Zo komen Zijn liefde en trouw tot uitdrukking in het Avondmaal.
Bij brood en wijn denken we daarom aan Zijn gekruisigde lichaam en Zijn vergoten bloed. We denken er aan dat Hij voor u en mij gestorven is om ons het eeuwige leven te schenken. Zo vieren we het Avondmaal tot gedachtenis van Christus, die ons leven is.

Het offer dat de Here Jezus op Goede Vrijdag heeft gebracht, is het enige fundament voor onze zaligheid. Door Zijn dood is er vergeving van zonden en verzoening met God mogelijk, ook voor u en voor mij.
Door Zijn offer hebben lijden en dood niet langer het laatste woord. 
Met Pinksteren heeft Christus ons Zijn Geest gezonden. Die Geest maakt ons één met Christus en geeft ons uitzicht op het Vaderhuis met de vele woningen, waar we met Christus zullen mogen leven.
Bovendien verbindt die Geest ons in onderlinge liefde tot het ene lichaam van Christus. Het ene brood dat wij zullen breken is gebakken van vele gemalen graankorrels. De ene wijn die wij zullen drinken is gemengd van het sap van vele geperste druiven. Zo wijzen brood en wijn ook op de eenheid in Christus. Laat die eenheid daarom niet alleen uit onze woorden blijken, maar ook uit onze daden tegenover elkaar. Amen.

Laten wij nu samen bidden.
Barmhartige God en Vader, U roept ons om samen te komen rondom Uw Woord en rondom Uw Tafel. Aan deze tafel gedenken wij hoe Uw Zoon gestorven is en hoe bitter en zwaar Zijn lijden is geweest.
Heere, leer ons nu door Uw Heilige Geest onszelf over te geven en toe te vertrouwen aan Uw Zoon, onze Heere Jezus Christus.
Voed ons door de kracht van Uw Geest met Hem, het brood dat van U uit de Hemel is neergedaald.
Maak ons levend door Zijn dood, zodat wij niet meer in onze zonden leven, maar dat Hij in ons leeft en wij in Hem.
Heere, schenk ons zo deel aan het nieuwe verbond der genade.
Neem ons stenen hart weg en schenk ons uw nieuwe geest (Ezechiël 11:19), zodat wij er niet aan twijfelen dat U voor eeuwig onze genadige Vader zult zijn. Reken ons onze zonden toch niet toe. Zorg voor ons zoals een Vader voor Zijn kinderen zorgt. Verzeker ons ervan dat we geborgen zijn in Uw liefde.
Schenk ons ook Uw genade en Uw troost, zodat wij Jezus zullen volgen en ons kruis op ons nemen. Leer ons om onszelf te verloochenen en dagelijks te getuigen van onze Heiland. Leer ons om in alle omstandigheden, te leven uit de verwachting dat de Heere Jezus Christus uit de hemel terug zal komen. Doe ons uitzien naar de dag waarop Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk zal maken en wij voor eeuwig bij Hem mogen wonen.
Wij bidden U dit alles in de naam van Uw geliefde Zoon Jezus Christus, die met U en de Heilige Geest leeft en Die regeert tot in eeuwigheid.
Amen
 
Bij de voorbereiding van de tafel wordt een lied gezongen

Nodiging tot de tafel
Gemeente, wij verlangen er naar om met het brood te worden gevoed dat uit de hemel is neergedaald. We moeten ons dus niet richten op de uiterlijke tekenen van brood en wijn, maar ons richten op de hemel, waar Jezus Christus is. Zijn vlees is het ware voedsel en Zijn bloed is de ware drank. Hij is onze Voorspraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader.
Laten wij ons als bruidsgemeente verheugen en ons in onze Bruidegom verblijden, laten wij Zijn uitnemende liefde in herinnering roepen. (Hooglied 1 : 4)
Wij zullen nu brood en wijn ontvangen tot zijn gedachtenis. Twijfel dan niet, maar geloof dat Christus u door de werking van de Heilige Geest met Zijn lichaam en bloed zal voeden en verkwikken.

Ook nodigen we gasten die in ons midden zijn. Als u in uw eigen gemeente belijdend lid bent en gerechtigd om aan het Avondmaal te gaan, weet u dan van harte welkom.
Komt dan, want alle dingen zijn nu gereed.

Bediening van het Avondmaal
Hij nam het brood, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei:
Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt.
Doe dat tot Mijn gedachtenis.

Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, en zei:
Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed.
Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.
 
Aan de tafels wordt telkens een passend gedeelte uit de Schrift gelezen, en een lied gezongen.
Dankgebed en voorbeden
Laten wij nu samen danken en bidden:
Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken U met heel ons hart, dat U ons hebt opgezocht en dat wij U ontmoeten mochten aan Uw tafel. Wij belijden dat wij het er niet naar gemaakt hebben dat U naar ons omziet. Maar toch hebt U ons, uit onbegrijpelijke barmhartigheid, Uw eniggeboren Zoon gegeven tot Middelaar en offer voor onze zonden. Wij danken dat Hij tot voedsel en drank uit de hemel is geworden om ons het eeuwige leven te schenken.
Wij danken U voor de gave van het geloof, waardoor wij deel krijgen aan alle weldaden die U ons wilt schenken. Wij danken U dat U ter versterking van ons geloof, het Avondmaal hebt laten instellen door Uw geliefde Zoon Jezus Christus.
Getrouwe God en Vader, verbind ons door de werking van Uw Heilige Geest als ranken aan de Ware wijnstok, de Heere Jezus Christus,
zodat wij dagelijks zullen groeien in het ware geloof en in de gemeenschap met Christus en vruchten zullen dragen tot Uw eer.
Maak ons één met Hem in Zijn dood en opstanding en doe ons uitzien naar de dag van zijn wederkomst.
Hier kunnen de voorbeden voor de gemeente worden toegevoegd.
Wij bidden U dit in de Naam van onze Heere Jezus Christus die ons heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt!
Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid,
tot in eeuwigheid. Amen

Slot van het Avondmaalsformulier

8 God heeft Zijn liefde voor ons daarin bevestigd, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.
10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn.
11 En dit niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben. [Rom. 5:8-10].
Daarom zal ik met mond en hart de Heere loven, van nu aan tot in eeuwigheid. Amen.

© E. van den Ham 2019
Gehele of gedeeltelijke overname, plaatsing op andere sites, verveelvoudiging op welke andere wijze dan ook en/of commercieel gebruik van deze informatie is niet toegestaan, tenzij hiervoor uitdrukkelijk schriftelijke toestemming is verleen
 
Doopformulier Doopformulier

Bediening van de Heilige Doop

Laten wij eerst luisteren naar uitleg over de Heilige Doop.

We willen daarbij letten op de belangrijkste drie punten.

In de eerste plaats leert de Bijbel ons dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn. Daarom zijn wij mensen op wie de toorn van God rust. Wij kunnen het Koninkrijk van God niet binnen gaan, tenzij wij opnieuw geboren worden [Efeze 2:3, Johannes 3:3]. De doop, de ondergang in of de besprenkeling met het water [Romeinen 6:4] wijst ons er dus op dat wij onrein zijn. Zo roept de doop ons op om een afkeer van onze zonde te hebben, ons voor God te verootmoedigen en onze reiniging en zaligheid niet van onszelf te verwachten, maar juist van iemand anders: van de Heere Jezus Christus.

Dat brengt ons meteen bij het tweede punt.
De Heilige Doop verkondigt en bezegelt de afwassing van onze zonden door Jezus Christus [Handelingen 22:16]. Daarom worden wij gedoopt in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest [Mattheus 28:19].
Als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, belooft God de Vader ons vast en zeker dat Hij met ons een eeuwig genadeverbond opricht en dat Hij ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt [Romeinen 8:17]. Zo wil Hij ons al het goede schenken, al het kwade van ons weren of dat kwade voor ons laten meewerken ten goede [Romeinen 8:28].
Als wij gedoopt worden in de Naam van de Zoon, geeft de Heere Jezus ons zijn teken dat Hij ons met Zijn bloed wast van al onze zonden [1 Johannes 1:7]. Het is het teken dat we met Hem verbonden zijn in Zijn dood en opstanding. Wij worden dus van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend.
Als wij gedoopt worden in de Naam van de Heilige Geest, belooft de Heilige Geest dat Hij in ons wonen wil. Hij wil ons heilig maken als leden van het lichaam van Christus, die gereinigd zijn van zonden. Hij wil ons leven dagelijks vernieuwen, totdat wij eenmaal helemaal rein tot de bruidsgemeente van Christus mogen behoren en mogen binnengaan in de vreugde van onze Heere [Efeze 5:27].
Nu zijn in elk verbond altijd twee partijen betrokken.

Dat brengt ons bij het derde punt. De doop betekent ook dat God gehoorzaamheid van ons verlangt. Gehoorzaamheid brengt immers tot uitdrukking dat wij innig verbonden zijn met God – met Vader, Zoon en Heilige Geest. Uit onze gehoorzaamheid blijkt dat wij Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, in heel ons denken en met al onze krachten [Mattheus 22:37].
Gods genade leert ons dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen en bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven, en in een nieuw, godvrezend leven wandelen [Titus 2:12]. Als wij soms door onze zwakheid in zonden vallen, moeten wij toch niet twijfelen aan Gods genade. We moeten ook niet doorgaan met zondigen. De doop verzekert ons immers dat het genadeverbond dat God met ons opricht voor eeuwig geldt.

Dat onze kleine kinderen dit alles niet begrijpen, is geen reden om hen van de doop uit te sluiten. Onwetend hebben zij immers deel aan het oordeel dat in Adam over alle mensen gekomen is, en zo worden zij ook zonder het te weten in Christus weer tot genade aangenomen. De belofte van God tot Abraham, de vader van alle gelovigen, geldt ook voor ons en voor onze kinderen: God zegt immers: ‘Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u.' [Genesis 17:7]. Datzelfde zegt ook Petrus: ‘voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal’ [Handelingen 2:39]. En Christus heeft ook kinderen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend [Markus 10:16].
Vroeger heeft God aan Israël bevolen ook kinderen te besnijden als teken van Gods verbond met alle generaties en inlijving in het volk van God.
Onder het nieuwe verbond is de doop het teken van de inlijving in de gemeente van Christus geworden. Daarom dopen wij ook kleine kinderen als erfgenamen van het rijk van God en van Zijn verbond.
Van u als ouders wordt verwacht dat u deze dingen aan uw kinderen bij het opgroeien zult leren en uitleggen.

Laten wij nu bidden.

© E. van den Ham 2016
Gehele of gedeeltelijke overname, plaatsing op andere sites, verveelvoudiging op welke andere wijze dan ook en/of commercieel gebruik van deze informatie is niet toegestaan, tenzij hiervoor uitdrukkelijk schriftelijke toestemming is verleend